Home
Helena Petrovna Blavatsky

Helena Petrovna von Hahn werd op 12 augustus 1831 geboren in Jekaterinoslav (nu Dnjepropetrovsk) in de Oekraïne. Haar vader, Peter von Hahn, was kapitein in het leger en stamde af van Duitse adel. Haar moeder was de bekende romanschrijfster Helena Andrejevna Hahn, die stamde uit een van de oudste families van de Russische adel. Helena is echter niet als de meeste (adelijke) meisjes van haar tijd. Al van jongs af werd haar het gevoel van universele broederschap ingelepeld. Ze leefde in een Rusland waar op dat moment nog lijfeigenschap bestond. Maar toch behandelden haar grootouders, bij wie ze vaak en lang verbleef, hun lijfeigenen als vrije mensen.

Doordat haar vader van de ene garnizoensstad naar de andere werd gezonden en hij vaak zijn gezin meenam, kwam HPB in contact met een groot aantal verschillende volkeren en culturen. Het reizen, wat ze in haar verdere leven veelvuldig zou doen, was al heel vroeg een vast kenmerk ervan.  Daarnaast waren er langdurige verblijfsperioden bij haar grootouders (van moederskant). Die hielden meestal verband met de zwakke gezondheid van haar moeder. HPB was pas elf jaar toen haar moeder stierf, waarna zij en haar jongere zuster en broer verder door hun grootouders werden opgevoed.  Daar had ze vrije toegang tot de enorme bibliotheek waar ze dan ook gretig gebruik van maakte. Deze bevatte onder meer honderden boeken op het gebied van filosofie en esoterische wetenschappen.

Op 17 jarige leeftijd huwde ze met Nikifor Blavatsky, een man bijna twee keer zo oud als zij, maar na drie maanden lukt het haar om te ontsnappen en door de steun van haar familie begint ze aan een avontuur  van vele reizen in verschillende landen.
Een gebeurtenis heeft een enorme impact op haar verdere leven, in 1851 ontmoet ze in Londen haar Meester, de Meester, waarmee ze al langer in visioenen contact heeft. De omzwervingen, reizen, ... krijgen door die ontmoeting een duidelijk doel. In de meeste biografieën worden ze omschreven als de jaren van onderzoek en rijping. Ze bezoekt verschillende plaatsen over heel de wereld: in zowel Amerika, Azië als Europa. Ze wordt door haar Meester naar Tibet geroepen waar ze training en onderricht krijgt en zich  voorbereid op haar grote taak en levenswerk.  Enkele van haar avonturen uit die tijd heeft ze beschreven in Isis Ontsluierd en in een reeks Russische artikelen die later in het Engels werden vertaald en gepubliceerd als From the Caves and Jungles of Hindostan.

Op aanwijzingen van de meesters gaat ze naar de VS en komt er aan in 1873. Het westen werd in die tijd overspoeld door een golf van wetenschappelijk materialisme (denk maar bv aan de invloed die het boek van Charles Darwin had - 1859). Het geloof werd aan het wankelen gebracht, het gezag van de Kerk begon stilaan te tanen, idealen gingen verloren en de mensen eisten meer en meer een wetenschappelijk bewijs voordat ze in iets wilden geloven. Daarnaast was er een opkomende belangstelling voor spiritisme, het kunnen communiceren met  zogenaamde geesten. HPB's opdracht bestond er in om tegen al deze tendensen in naar de aloude wijsheid te verwijzen en de waarheid opnieuw het licht te laten zien.  Tijdens bezoek en verblijf bij enkele mediums (de gebroeders Eddy) leert ze Henry S. Olcott kennen. Hij raakt heel erg onder de indruk van HPB, eigenlijk meer van haar occulte krachten, maar toch raakt Olcott meer en meer betrokken. Via hem leert HPB W.Q. Judge kennen of beter neemt ze de draad, een draad die hen HPB en WQJ verbindt terug op. 

Deze drie werden de belangrijkste stichters van The Theosophical Society, die in het najaar van 1875 werd opgericht. HPB's officiële functie in de Society was die van corresponderend secretaris. Terwijl ze het bestuurlijke werk overliet aan Olcott en anderen, richtte ze haar energie voornamelijk op het schrijven van artikels, het geven van occulte leringen, ...

Gedurende deze periode (verblijf in New York) schrijft ze ook haar eerste grote boek, Isis Ontsluierd. Dit wordt een monumentaal werk over oude en moderne wetenschap, religie en filosofie. Het schrijven duurt 2 jaar. Toen het in 1877 werd gepubliceerd, was het een onmiddellijk succes dat ieders verwachtingen overtrof. Het verwijst naar het bestaan van aloude wijsheid in zowel het Oosten als het Westen en maakt komaf met vooroordelen, bijgeloof, .... HPB verwijst zelfs naar bronnen van kennis die pas in de 20e eeuw werden ontdekt. Denk maar bv aan alle kennis over de Gnostiek. Isis had erg veel succes, maar uiteraard ook een keerzijde de tegenstand van de Kerk nam toe.

Bij de oprichting van de TS wees HPB veelvuldig op het feit dat dit op aansturen van de Meesters gebeurde. Zij waren het die haar ook inspireerden en hielpen bij het schrijven van Isis, De Geheime Leer, ... maar het onthullen van hun bestaan was niet  eenvoudig. Voor de westerse mens was het bestaan ervan al eeuwen en eeuwen verborgen gebleven. Het zou haar ook veel verdriet en pijn berokkenen. Het scepticisme van de westerse mens en zijn hang naar tastbare, fysieke bewijzen maakte het heel erg moeilijk. En zelfs zij die contact hadden met de broeders en fysieke bewijzen kregen, waren niet zo maar overtuigd. De overtuiging lag volgens HPB, en dat zou ze later in de Geheime Leer duidelijk benadrukken, in het bewijs van de drie grondstellingen.  Ze zou door haar overtuigingen heel wat kritiek te verduren krijgen, zelfs worden veroordeeld.

Toen Isis gepubliceerd werd, kreeg HPB opdracht om samen met Olcott naar India te gaan. Na aankomst in Bombay in 1879 vestigden HPB en Olcott hun hoofdkwartier in het Indiase deel van de stad waar zelden Europeanen kwamen. Vanaf het eerste begin was het duidelijk dat HPB hindoes, boeddhisten, moslims en parsi's met dezelfde broederlijke affectie beschouwde. Ze maakte haar bewondering voor hun religieuze tradities overvloedig duidelijk in haar brieven en artikelen die in verschillende Indiase kranten werden gepubliceerd. Omdat deze in de ogen van de Engelse zendelingen 'heidense' religies waren, werden zij en haar medetheosofen voortdurend aangevallen in de christelijke pers. Ze werd ervan beschuldigd de christenen te haten, van onzedelijk gedrag en zelfs van spionage voor de Russische regering.

Tegelijk werd ze ook door sommige hindoes bekritiseerd voor het in de armen sluiten van mensen die niet het hindoegeloof aanhingen en van mensen die in magie geloofden.
Op al deze aanvallen werd door HPB in woord en daad gereageerd, terwijl zij en haar collega's zich bleven verbinden met waarheidszoekers zonder onderscheid van religie, ras, kaste of geslacht - met iedereen 'die op zijn eigen manier serieus op zoek is naar kennis van het goddelijke beginsel'. HPB verwees daarbij steeds naar de leringen, steeds naar de waarheid, werd nooit persoonlijk.

Vijf maanden na hun aankomst in Bombay wordt het eerste grote theosofische tijdschrift gepubliceerd (oktober 1879), The Theosophist, met HPB als redacteur. Het werd het eerste tijdschrift van basisliteratuur. Theosofische artikels en leerstellingen werden er voor het eerst in gepubliceerd. Het eerste nummer bv. bevatte het artikel “Wat is theosofie” van HPB en zette meteen de toon, gevolgd door een tweede artikel “Wat zijn theosofen”. Met het motto “Er is geen godsdienst hoger dan de waarheid” werd de TS gezien als een voertuig voor de beoefening van absolute religieuze vrijheid. Vrijheid was zeer belangrijk voor HPB, iemand kon nooit verplicht worden te geloven of aan te nemen. Haar motto was dan ook “Volg niet mijn pad, maar het pad waarnaar ik wijs, de Meesters die er achter liggen”.
Het werk van Olcott en HPB beperkte zich niet tot de T.S. Ze zetten zich in voor het bevorderen van religieuze vrijheid, de rechten van de sociaal achtergestelde klassen (vooral vrouwen, kinderen en outcasts) en voor het recht van alle inheemse volkeren om zichzelf te vormen in hun eigen traditionele taal en cultuur. HPB's voortdurende inspanningen om deze zaken te bevorderen, zouden een enorme invloed hebben op de maatschappij in zowel India als Ceylon, en zouden tenslotte leiden tot een grote culturele en religieuze opleving. De Theosofie - zo blijkt uit o.a biografieën van Ghandhi - had een enorme invloed op het onafhankelijkheidsstreven van India.

Het bekendmaken en herintroduceren van de oude filosofie en wijsheid was altijd de opdracht van HPB geweest, en toen ze zich realiseerde dat de meeste belangstellenden werden aangetrokken door haar verschijnselen en veel minder waren geïnteresseerd in de wijsheidstraditie van haar leraren, ging ze steeds meer de nadruk leggen op de filosofische en ethische leringen. Om deze leringen te verspreiden, bleven zij en Olcott op grote schaal door India en Ceylon reizen. Er werden honderden openbare vergaderingen en discussies gehouden, ongekende bijeenkomsten van Aziaten en Europeanen van verschillende religieuze achtergronden, en binnen een paar jaar waren er tientallen nieuwe theosofische loges ontstaan.

De voortdurende inspanning van het reizen en werken in een tropisch klimaat ondermijnde echter langzamerhand de gezondheid van HPB. In het najaar van 1882 ontwikkelde ze een chronische ontsteking aan de nieren alsmede hoge bloeddruk en oedeem. Hoewel haar conditie weer geleidelijk verbeterde door de zorg van haar meesters, begon die weer slechter te worden tegen het einde van het volgende jaar (1883) toen ze in het nieuwe hoofdkwartier van de TS in Madras in Zuid-India woonde. Haar doktoren waarschuwden haar dat ze zou sterven als ze niet voor herstel naar een koeler klimaat zou gaan, dus werden er begin 1884 voorbereidingen getroffen dat Olcott haar naar Frankrijk zou begeleiden.

Zoals reeds gezegd, al vrij snel had HPB tegenkantingen, zowel in de VS als in India. En nu volgde er zware beproevingen omdat ze aanvallen en twijfels moest weerstaan van in de Society zelf. Dit begon met wat nu bekend is als de Coulomb-affaire en die leidde tot het rapport van de SPR (Society for psychical research) waarin HPB als bedreigster gebrandmerkt werd. Het zou tot in 20e eeuw duren eer dit herzien werd. 

HPB keerde eind 1884 terug naar Madras, vastbesloten om haar leraren en de theosofie te verdedigen. Maar een commissie binnen de TS besloot om niet verder in te gaan op de affaire omdat dit de Theosofie nog meer schade zou toebrengen.  Deze beslissing maakte HPB diepbedroefd, en kort daarna werd ze zo ernstig ziek dat de doktoren haar opgaven. Nogmaals werd haar leven gered door haar meester, maar haar gezondheid bleef zo precair dat ze zich terugtrok als corresponderend secretaris en ze werd ertoe overgehaald India te verlaten en naar Europa te gaan. Daar zou ze haar magnum opus, De Geheime Leer afronden en publiceren. Dat zou uiteindelijk in 1888 gebeuren.

Na een tijdje in Duitsland en België (Oostende) te hebben verbleven, verhuisde HPB op aandringen van verschillende medestanders, supporters en vrienden naar Engeland waar ze een tijdje verbleef in een cottage in Maycot bij Mabel Collins, de schrijfster van Licht op het Pad om zich daarna in Londen te vestigen. Samen met Mabel Collins zou ze het tijdschrift Lucifer uitgeven en opnieuw heel wat kritiek op haar hals halen, o.a van de Anglicaanse Kerk. In Lucifer verschijnen opnieuw schitterende artikels, o.a een open brief aan de Aartsbisschop van Canterbury, maar ook andere artikels van HPB zijn verspreid over de jaargangen terug te vinden.

Haar zaken in Engeland werden geregeld door dr. Archibald Keightley en zijn neef Bertram Keightley.  Samen met hen werkte HPB het hele manuscript van De Geheime Leer verder uit. Op dat moment - zo wordt beweerd - bestond de GL uit een stapel losse paragrafen van ongeveer een meter hoog zonder enige duidelijke ordening.  Toen deze in 1888 werd gepubliceerd, droeg ze het boek op aan 'alle ware theosofen in ieder land en van ieder ras, want zij hebben het in het leven geroepen'. Het doel ervan was de oude waarheden te presenteren die de basis vormen van alle religies, wetenschap en filosofie, en aan te tonen hoe het hele leven wordt bezield door één goddelijk beginsel. Het is nog steeds het meest veelomvattende bronnenboek van zijn soort, en stimuleert zowel het intellect als de intuïtie met zijn visie van geestelijke eenheid. In december 1888 verscheen de GL en meteen waren de 500 exemplaren van de eerste druk uitverkocht. Ook in de GL zegt HPB op verschillende plaatsen dat niet zij de bedenker van al deze wijsheid is, maar slechts een boodschapper, iemand die de kennis mocht doorgeven.

Samen met verschillende theosofen richt ze de Engelse Blavatsky Lodge op met de bedoeling om een actief centrum voor werk en studie te zijn. Deze loge stond in schril contrast met de London Lodge die verstard bleek en zich vooral toelegde op psychische verschijnselen. Van deze periode zijn enkele verslagen van studiebijeenkomsten in de GL (Transactions of the Blavatsky Lodge) en het is uit de verslagen van deze bijeenkomsten en de verhalen van de aanwezige studenten dat we opnieuw zicht krijgen op HPB's karakter. Ze was niet makkelijk en toch zeer diep menselijk. Zo blijkt bv uit het voorwoord van het boekje “Een introductie tot de Geheime Leer”.

De laatste twee en half jaar van haar leven wijdde HPB zich vooral aan praktische theosofie, vooral w.b. het chela- of leerlingschap. Ze schrijft prachtige artikels over dit onderwerp en richt - zeer tegen de zin van Olcott - de esoterische sectie met die doelstelling op, Theosofie in de praktijk van het leven te brengen, er een levend iets van te maken. Haar laatste 2 grote werken zijn ook in dat opzicht op te vatten: de Sleutel tot de Theosofie en misschien een van haar prachtigste en zeer zeker poëtische werken De Stem van de Stilte. Hierin wijst ze op ethische voorschriften die discipelen van alle tijden gevolgd hebben, verwijst ze naar het pad ten dienste van de mensheid.  Ze wordt tenslotte overgehaald om net als Judge in Amerika voorzitter te worden van de Europese afdeling. Helaas blijven ook nieuwe beproevingen niet uit. En opnieuw is er een aanval van binnenuit, met de medeplichtigheid van Mabel Collins (de Coues-Collinsaffaire). HPB's gezondheid wordt hierdoor zo ernstig op de proef gesteld dat ze deze laatste beproeving niet overleeft. Op 8 mei 1891 overlijdt HPB. Haar laatste woorden: “keep the link unbroken” hielden misschien meer een waarschuwing en goede raad in, vooruitlopend op gebeurtenissen die na haar dood zouden gebeuren.

Drie weken voor haar overlijden schreef ze in dat verband en misschien als een waarschuwing voor komende generaties: ”Het is meer dan ooit nodig zichzelf in de gaten te houden, wanneer persoonlijk verlangen om leiding te geven en gekwetste ijdelheid zich tooien met de pauwenveren van toewijding en altruïstisch werk . . .  Als ieder lid van de Society er vrede mee had een onpersoonlijke kracht ten goede te zijn, onverschillig voor lof of blaam zolang hij de doeleinden van de broederschap dient, zouden de gemaakte vorderingen de wereld verbazen en de ark van de T.S. buiten gevaar stellen.'

Op het moment dat zij stierf, waren de verdelende krachten al aan het werk. Dat zou al snel leiden tot een eerste splitsing in The Theosophical Society.  Toch zouden we al deze conflicten kunnen beschouwen als elementen die wijsheid in zich dragen: persoonlijke conflicten worden gebruikt als middel tot zelfontdekking. Blavatsky's hele leven kan als een katalysator in deze zin worden gezien. Juist omdat haar karakter zo velen trof als onvolmaakt en vaak problematisch. Zelfs nu is het nog steeds een wezenlijk deel van haar nalatenschap, want 'het zet mensen aan tot zelfstudie en vernietigt in hen blinde onderdanigheid tegenover personen'. Om haar te begrijpen worden we gedwongen haar niet te beoordelen op grond van uiterlijke verschijningsvormen, en geen enkele autoriteit boven onze eigen innerlijke toetssteen van waarheid te accepteren. En wanneer we deze innerlijke bron aanraken, leidt de studie van haar geschriften ons steeds dichter naar de broederschap van het leven: naar het Zelf dat we delen met alle wezens.


Geünieerde Loge van Theosofen - Antwerpen
GLT Antwerpen. Frans Van Heymbeecklaan 6 - 2100 Deurne
Tel : 0475 41 42 97
E-mail : theosofie@skynet.be